< Terug naar vorige pagina

Organisatie

Vakgroep Duits

Department

Tijdsduur:1 jan 1993  →  31 dec 2010
Organisatieprofiel:De Vakgroep Duits omvat drie autonome onderzoeksgroepen: de onderzoeksgroep Duitse letterkunde; de onderzoeksgroep Duitse taalkunde; de onderzoeksgroep Algemene taalwetenschap. De onderzoeksgroep Duitse letterkunde legt zich in het bijzonder toe op een vorm van literatuurwetenschap die het interne functioneren van teksten centraal stelt. Hierbij wordt vooral aandacht besteed aan onderwerpen zoals het gebruik van literaire stijl, retorische figuurlijkheid en narrativiteit in het werk van o.a. Nietzsche en schrijvers van het literaire modernisme en de hedendaagse Duitstalige literatuur, alsook aan de relatie tussen literatuur en filosofie. Methodologisch ligt de klemtoon enerzijds op nauwgezette tekstinterpretatie (hermeneutiek) en anderzijds op het onderzoek naar voorwaarden voor die tekstinterpretatie (retoriek, verteltheorie, receptietheorie). De onderzoeksgroep heeft een sterke traditie in het aantrekken van extern gefinancierde projecten en van doctoraatsonderzoek. Hij bestaat uit een aanzienlijke groep doctoraatsstudenten en postdoctorale medewerkers, ook uit het buitenland, en voert interdisciplinair onderzoekswerk uit samen met collegaU+2019s uit de klassieke studies, de filosofie, de geschiedenis, de theologie, e.d.m. Zowel op het vlak van de wetenschappelijke output als de beschikbare vakbibliotheek, die jaarlijks met een duizendtal monografieën uitbreidt, behoort de onderzoeksgroep Duitse letterkunde tot de grootste in zijn soort in de Benelux. De onderzoeksgroep Duitse taalkunde legt zich toe op twee domeinen, nl. historische en contrastief-typologische taalkunde met bijzondere aandacht voor het Duits, en psycho- en neurolinguïstiek van het Duits. Het eerste domein omvat onderzoek op het gebied van de lexicologie en etymologie, van de historische, functionele en contrastief-typologische taalkunde van het Duits en de Germaanse talen en van de vergelijkende studie van bijbelvertalingen. Kenmerkend is o.a. de U+201CtheodistischeU+201D invalshoek, waarbij de historische verhouding Duits/Nederlands onder de loep genomen wordt met het oog op convergente en divergente processen van grammaticalisatie, lexicalisatie, standaardisering enz. Een ander zwaartepunt binnen dit onderzoeksdomein ligt op het samenspel van syntaxis en vertoog, met o.a. een lopend doctoraatsproject over asyndetische onderschikking in het Duits en het Engels. Daarnaast komt ook onderzoek naar woordvorming en naar taal en taalwetenschap in hun historisch-politieke context aan bod. In het tweede onderzoeksdomein ligt de focus op de empirische psycho- en neurolinguïstische studie van de verwerving, beschadiging, verwerking en representatie van de flexiemorfologie van het Duits, Duitse syntactische structuren alsook van de wisselwerking tussen de fonologie en morfologie van het Duits. Een bijkomende onderzoeksfocus ligt op de rol van fonologische structuren in de ontwikkeling van de leesvaardigheid van Duitse kinderen. Leden van de onderzoeksgroep zijn intensief betrokken in internationale onderzoeksverbanden en werken o.m. samen met collegaU+2019s aan de universiteiten van Mainz, Konstanz, Hamburg, Düsseldorf, Potsdam en Oxford, en met het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden. De onderzoeksgroep publiceert vooral in het Duits en Engels. De onderzoeksgroep Algemene taalwetenschap legt zich toe op diverse aspecten van linguïstisch onderzoek, waarbij de algemeen-taalwetenschappelijke invalshoek in de permanente feedback bestaat tussen empirisch onderzoek, linguïstische methodologie, taaltheorie en epistemologie van de linguïstiek als wetenschappelijke discipline. De onderzoeksgroep onderhoudt samenwerkingsverbanden met diverse buitenlandse onderzoeksgroepen (o.m. de onderzoeksgroep Iconiciteit in Amsterdam, het Coseriu-archief in Tübingen en de onderzoeksgroep valentietheorie en typologie in London) en publiceert vooral in het Engels en het Duits.
Trefwoorden:Duits
Disciplines:Talen, Linguïstiek, Literatuurwetenschappen