< Terug naar vorige pagina

Project

"Mood Swings" in het Europees Portugees: Indicatieve vs. Subjunctieve wijs in complementaire bijzinnen

Dit is een corpusgebaseerd onderzoek naar de semantische motieven voor het gebruik van de indicatieve en subjunctieve wijs in complementaire bijzinnen in Europees Portugees. Er wordt aangevoerd dat de wijs een conceptueel instrument is dat weerspiegelt hoe een clausule 'grounded' is (zie bijvoorbeeld Langacker 2009: Ch. 9). De indicatieve wijs weerspiegelt een duidelijke compatibiliteit tussen het profiel van de bijzin (de specifieke set van omstandigheden die de bijzin aanduidt) en zijn epistemische basis (de opvatting van de realiteit waarop de bijzin betrekking heeft). De subjunctieve wijs weerspiegelt daarentegen een verzwakte compatibiliteit. Een verandering in wijs zal dus gepaard gaan met een aanzienlijke verandering in de betekenis van de zin. Dit onderzoek werpt een nieuw licht op de subjunctieve wijs door deze te benaderen vanuit de notie van verzwakte compatibiliteit.

Het profiel van een bijzin kan om verschillende redenen een verzwakte compatibiliteit met zijn basis hebben:

(1) de spreker interageert met de hoorder om iets te overwegen, zoals dat gebeurt in complementaire bijzinnen die door epistemische CTE's (complementaire elementen) worden voorgesteld met een waarde van twijfel of ongeloof, zoals duvidar ('twijfel') of impossível ('onmogelijk');

(2) er zijn motieven om de compatibiliteit te vergelijken met soortgelijke contexten, zoals bij het gebruik van certo (‘zeker') met en zonder bepalingen, zoals in het is zeker dat... + IND versus het is bijna zeker dat... + SUBJ;

(3) de compatibiliteit is helemaal niet geprofileerd, zoals in de complementaire bijzinnen die door niet-epistemische CTE's van invloed zijn geïntroduceerd (querer 'wil', deixar ‘laten', 'machtigen') of evaluatie (lamentar 'spijt'; 'slecht').

Belangrijk bij het vaststellen van deze inzichten waren dus de CTE's, aangezien zij het domein bepalen waarin het complement moet worden geanalyseerd (epistemische en niet-epistemische domeinen, het laatste domein kan nog opgesplitst worden in 'invloed' en 'evaluatie'). De epistemische context is ook relevant voor het effect dat een negatiemarkering in de hoofdzin kan hebben: negatie van de hoofdzin kan een positieve context (ik denk dat...) veranderen in een negatieve context (ik denk niet dat... = ik betwijfel dat...); een context van compatibiliteit wordt dus veranderd naar verzwakte compatibiliteit. In niet-epistemische gevallen, vooral bij het type 'invloed', werd de aanwezigheid van modale werkwoorden in het complement ook gezien als een belangrijke factor voor een verandering in wijs, omdat zij epistemische eigenschappen aan de clausule toevoegen. 'ik raad aan dat het huis verkocht wordt' beschrijft de acties die de toehoorder moet uitvoeren, terwijl 'ik raad aan dat het huis verkocht moet worden' de overtuiging van de spreker beschrijft. De tweede soort zin wordt systematisch met de  indicatieve wijs gebruikt, terwijl de eerste soort met conjunctieve complementen gecombineerd wordt.

Datum:1 okt 2011  →  26 okt 2018
Trefwoorden:Cognitive Linguistics, Cognitive Grammar, Mood choice
Disciplines:Theorie en methodologie van de literatuurwetenschappen
Project type:PhD project