< Terug naar vorige pagina

Project

Reductie/aanpassing van pijnlijke ingrepen bij biggen: een poging om dierenwelzijn en zoötechnische resultaten te verbeteren


Varkenshouders streven steeds naar optimale productieresultaten. Omdeze resultaten te behalen, voeren ze verschillende procedures uit bij biggen zoals staartjes couperen (om staartbijten te vermijden; routinematig verboden), tandjes inkorten (om wonden aan de uier van de zeug of aan hokgenootjes te vermijden; routinematig verboden), castratie van mannelijke biggen (om berengeur te vermijden) Al deze procedures worden echter verondersteld pijnlijk te zijn en kunnen daarom het welzijn en de zoötechnische resultaten van biggen beïnvloeden. Het doel van deze thesis was om de effecten van het reduceren of aanpassen van deze pijnlijke ingrepen op het welzijn en de zoötechnische resultaten van de biggen te bestuderen.</>
 </>
In de hedendaagse maatschappij wekt dierenwelzijn meer en meer de interesse en bezorgdheid van de consument. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken of er, wat de consument betreft, een draagvlak is voor het verbeteren van dierenwelzijn en productieresultaten. Biggencastratie is een gevoelig onderwerp dat de aandacht van het publiek getrokken heeft als gevolg van campagnes van dierenrechtenorganisaties. De opinie van de Vlaamse consument over onverdoofde biggencastratieen drie mogelijke alternatieven werd daarom gerapporteerd in het tweedehoofdstuk. Een totaal van 2018 mensen, verspreid over de 5 Vlaamse provincies werd ondervraagd. De resultaten toonden aan dat ondanks verschillende mediacampagnes van dierenwelzijnsorganisaties de voorbije jaren, nog steeds ongeveer de helft van de ondervraagden niet op de hoogte was van de problematiek rond onverdoofde biggencastratie. Toch pleitte de meerderheid, na geïnformeerd te zijn, voor een verbod op onverdoofde castratie. Hoewel de bezorgdheid over de implicaties voor dierenwelzijn groot was, was de bereidheid tot het betalen van een meerprijs voor alternatieven laag, wat ervoor kan zorgen dat varkenshouders geen rendement voor hun investeringen zullen krijgen aangezien de productiekosten zullen toenemen.</>
 </>
Aangezien in het tweede hoofdstuk bleek dat de consument castratie onder verdoving het meest acceptabele alternatief vond, werd in het derde hoofdstuk castratie onder CO2-verdoving vergeleken met onverdoofde castratie. Er werden geen verschillen in gedrag gevondenbij biggen die met CO2 verdoofd werden of biggen die met zolazepam, tiletamine (Zoletil®) en xylazine (Xyl-M®) verdoofd werden voor castratie, wat een indicatie is dat CO2 dezelfde anesthetische eigenschappen heeft als de combinatie van Zoletil® en Xyl-M®. In het hoofdexperiment gaven de geobserveerde gedragsverschillen geen uitsluitsel, hoewel een verschilin interactief gedrag een indicatie gaf van een beter welzijn voor CO2-verdoofde biggen vergeleken met onverdoofd gecastreerde biggen. Langs deandere kant werd bij alle bargjes, ook bij de verdoofde groep, gedragingen die pijn of discomfort aantonen geobserveerd. Daarom kan het nodig zijn om biggen te voorzien van bijkomende analgesie om de castratiepijn volledig weg te nemen, zelfs al werden ze verdoofd met CO2 voor castratie.</>
 </>
Castratie is niet de enige ingreep die het welzijn van de biggen bedreigt. Zoals reeds vermeld worden verschillende pijnlijke ingrepen uitgevoerd bij biggen, voornamelijk in hun eerste levensweek. Om het algemeen welzijn te verbeteren moet er niet enkel rekening gehouden worden met castratie, maar met pijnlijke ingrepen in het algemeen. In het vierde hoofdstuk werd daarom onderzocht of een reductie van pijnlijke ingrepen in de eerste levensweek resulteerde in betere zoötechnische resultaten, verlaagde sterfte en of het algemeen welzijn, aangetoond door gedragscriteria, beter was. In 22 nesten werden alle biggen gewogen na de geboorte. Bij de vier lichtste biggen van elk nest van de experimentele groep werden geen staartjes gecoupeerd of tandjes ingekort; de andere ingrepen (castratie bij de mannelijke biggen, ijzerinjectie, vaccinatie, oormerken) werden normaal uitgevoerd. Bij de vier lichtste biggen van elk nest van de controlegroep werden wel staartjes gecoupeerd en tandjes ingekort, naast de andere ingrepen. Bij de zwaarste biggen van zowelde controle- als de experimentele groep werden alle ingrepen uitgevoerd.</>
De lichtste biggen leken minder pijngerelateerd gedrag te vertonen wanneer hun tanden en staart intact werden gelaten. Verder was er eentendens van verlaagde mortaliteit vergeleken met de lichtste biggen vande controlegroep, maar verder onderzoek naar neonatale mortaliteit zou nuttig zijn.</>
 </>
De doelstellingen van de twee vorige hoofdstukken, reductie van pijnlijke ingrepen en verdoving tijdens de ingrepen, werden gecombineerd in het vijfde hoofdstuk. Twee experimenten met in totaal 41 nesten werden uitgevoerd. In het eerste experiment werden alle ingrepen op hetzelfde moment uitgevoerd in de experimentele groep terwijl in de controlegroep alle ingrepen op de normale manier werden uitgevoerd (verspreid over de eerste levensweek). In het tweede experiment werd het bundelen van de ingrepen zonder verdoving vergeleken met bundelen van de ingrepen nadat de biggen verdoofd werden met CO2. Biggen leken beter te kunnen omgaan met pijn wanneer pijnlijke ingrepen niet gecombineerd werden. Meer zelfs, de toegepaste verdoving leek de pijnervaring nade ingreep te versterken aangezien liggen, interactief gedrag en wandelen meer discomfort aantoonde voor de verdoofde biggen. Verdoofde biggen hadden enkel een voordeel wanneer er naar zuiggedrag gekeken werd. Hoewel het voordelige effect van verdoving tijdens pijnlijke ingrepen niet bevestigd werd door deze resultaten, moeten deze resultaten eerder geïnterpreteerd worden als een uitgestelde pijnervaring dan als een bijkomende pijnervaring. Zoals reeds gevonden in het eerste hoofdstuk neemt CO2-verdoving de pijn tijdens de ingreep weg, maar niet nadat de verdoving isuitgewerkt na de ingreep. De postoperatieve pijn mag dan aanwezig geweest zijn in beide behandelingsgroepen, de afwezigheid van pijn tijdens deingrepen voor biggen van de verdoofde groep kan nog steeds geïnterpreteerd  </>worden als voordelig voor het welzijn van de biggen.</>
 </>
De resultaten van deze thesis toonden aan dat het maatschappelijk bewustzijn rond biggencastratie nog steeds laag is. Langs de andere kant vonden de ondervraagden, na informatie over de problematiek, datde nood aan alternatieven hoog was. De bereidheid om een meerprijs te betalen om het welzijn van biggen te verbeteren was echter laag. </>
Verder bleek dat het reduceren van pijnlijke ingrepen (staartjes couperenen tandjes inkorten) biggenwelzijn en overlevingsgraad tot op een bepaalde hoogte verbeterde. Het aanpassen van de ingrepen door het gebruik van CO2-verdoving en/of het bundelen van de ingrepen gaf geen duidelijke resultaten. Bundelen van de ingrepen zonder verdoving leek geen voordeel te geven voor de biggen. Verdoving met CO2 voorziet de biggen van anesthesie en analgesie op het moment van de ingreep, wat het welzijn verbetert, maar de verdoving werkt snel uit waardoor postoperatieve pijn aanwezig blijft. Verder onderzoek zou nuttig zijn om de procedure te optimaliseren, bv door bijkomende analgesie te voorzien voor de postoperatieve pijn. </>
</> 
Datum:1 okt 2008  →  19 apr 2012
Trefwoorden:Castration
Disciplines:Productie van landbouwdieren, Productie van landbouwgewassen, Landbouw, land- en landbouwbedrijfsbeheer, Andere landbouw, bosbouw, visserij en aanverwante wetenschappen, Andere chemie, Voeding en dieetkunde, Levensmiddelenwetenschappen en (bio)technologie
Project type:PhD project