< Back to previous page

Publication

Sighing: a psychophysiological resetter hypothesis

Book - Dissertation

Elke Vlemincx Zuchten: Een psychofysiologische resetter hypothese Proefschrift aangeboden tot het verkrijgen van de graad van Doctor in de Psychologie, 2010 Promotor: Prof. Dr. Omer Van den Bergh, Copromotoren: Prof. Dr. Paul Leh rer & Prof. Dr. Ilse Van Diest Tot dusver heeft onderzoek in het domein van respiratoire psychofysiolog ie vooral gemiddelde ademhalingsparameters, zoals tijd en volume, bestud eerd tijdens verscheidene psychologische condities. Ademhaling wordt noc htans dynamisch gereguleerd, wat een complexe variabiliteit in ademhalin gsparameters met zich meebrengt. Wanneer onze ademhaling verstoord wordt , zullen controleprocessen geactiveerd worden die onze ademhaling herste llen naar een dynamische evenwichtstoestand. Deze verstoringen veroorzak en random variaties, maar ze trainen het ademhalingssysteem om flexibel en adaptief te reageren op externe verstoringen en zijn daarom essentiee l voor de responsiviteit van het systeem. De controleprocessen die de st abiliteit van het ademhalingssysteem herstellen, veroorzaken gecorreleer de variabiliteit: de parameters van iedere ademhaling zijn gecorreleerd met de parameters van omliggende ademhalingen. Bijgevolg wordt een gezon de ademregulatie gekenmerkt door een gezonde complexe ademvariabiliteit, bestaande uit aanzienlijke gecorreleerde variabiliteit. Een deficiënte ademregulatie, daarentegen, getypeerd door ongezonde ademvariabiliteit, bestaat uit ofwel een gebrek aan responsiviteit gekenmerkt door verminde rde variabiliteit, of een gebrek aan stabiliteit gekenmerkt door te veel random variabiliteit. Aangezien verscheidene psychologische condities d e dynamiek van de ademregulatie beïnvloeden, zullen deze condities ook d e complexiteit van de ademvariabiliteit beïnvloeden. Er is echter zeer w einig geweten over de relatie tussen dynamische ademregulatie en psychol ogische condities. Bijvoorbeeld, de psychologische antecedenten en conse quenties van zuchten zijn ongekend, hoewel de fysiologische functies van een zucht belangrijke regulatie-eigenschappen van een zucht suggereren. In dit doctoraatsproject werd een theoretisch kader ontwikkeld waarin de relaties tussen zuchten, ademvariabiliteit en psychologische condities omschreven worden. Onze hypothese is dat specifieke aandachts- en emotie condities een gezonde ademvariabiliteit zullen verstoren. Langdurige psy chologische condities die een beperkte gedragsrespons uitlokken, zoals v olgehouden aandacht, zullen een toegenomen coördinatie van één bepaald c ontroleproces impliceren, en bijgevolg leiden tot een gereduceerde varia biliteit. Aanhoudende negatieve emoties, zoals langdurige mentale stress , daarentegen, zijn onderhevig aan de continue verstoringen en zullen le iden tot een verminderde coördinatie van controleprocessen en hierdoor m eer random variabiliteit veroorzaken. Beide condities zullen subjectief onaangenaam ervaren worden. Onze hypothese stelt dat zuchten in beide ge vallen gezonde ademvariabiliteit herstelt, en een gevoel van opluchting veroorzaakt. Dit gevoel van opluchting kan er toe leiden dat een zucht i ntentioneel gebruikt wordt tijdens aversieve toestanden om spanning te r educeren. Een reeks experimenten werd uitgevoerd om enkele van deze hypo thesen te testen. In een eerste experiment werd ademvariabiliteit onderzocht in functie va n spontane zuchten tijdens een basislijn. Spontane zuchten werden vooraf gegaan door een gradueel toenemende random variabiliteit. Na een spontan e zucht bleek de gecorreleerde variabiliteit hersteld. Parallel werd een reeks experimenten uitgevoerd waarin de relatie tussen zuchten en stres s en opluchting onderzocht werd. Indien een zucht oplucht, verwachten we meer zuchten tijdens korte periodes van opluchting in een stressvolle c ontext gecreëerd door afwisselende periodes van stress en opluchting. St ress bestond uit een luide auditieve stressor of de anticipatie ervan. O pluchting bestond uit het einde van de stressor of de anticipatie dat de stressor niet zou optreden. Consistent werd een verhoogde zuchtfrequent ie gevonden tijdens opluchting. Het opluchtingseffect van een zucht kan verklaren waarom meer gezucht wordt tijdens langere periodes van stress en na periodes van volgehouden aandacht. Daarenboven zouden veranderinge n in ademvariabiliteit eigen aan stress en aandacht dit effect kunnen ve roorzaken. Om dit na te gaan werden twee experimenten uitgevoerd waarin zuchtfrequentie en ademvariabiliteit onderzocht werden tijdens en na een aandachtstaak en een stressvolle mentale rekentaak. Een verhoogde zucht frequentie werd gevonden tijdens de mentale stresstaak, die gekenmerkt w as door verhoogde random variabiliteit, en na de aandachtstaak, gekenmer kt door verminderde variabiliteit. Daarenboven werd het effect van een o pgelegde zucht vergeleken met het effect van een spontane zucht. Opnieuw steeg random variabiliteit voor een zucht en werd gecorreleerde variabi liteit hersteld na een zucht. Bovendien nam spierspanning gradueel toe v oor een zucht, en nam spierspanning gradueel af na een zucht. De effecte n van een opgelegde zucht bleken echter complexer. Of een opgelegde zuch t ook gecorreleerde variabiliteit herstelt, of net random variabiliteit induceert, blijkt af te hangen van de nood aan herstel van ademvariabili teit. Als conclusie stellen we dat een spontane zucht eigen is aan opluchting en gezonde ademvariabiliteit herstelt wanneer ademvariabiliteit gradueel random wordt tijdens mentale stress, of ademvariabiliteit vermindert ti jdens volgehouden aandacht. Of een opgelegde zucht gelijkaardige effecte n heeft, hangt af van de huidige psychologische en fysiologische toestan d. .
Accessibility:Closed