< Terug naar vorige pagina

Project

De biodiversiteit, biogeografie en evolutionaire geschiedenis van de visfauna van niet-cichliden uit de regio van het Kivu-, Edward- en Albertmeer (Afrika)

Het Grote Merengebied in Afrika staat erom bekend een hotspot te zijn voor de visdiversiteit, vooral voor cichliden. De cichliden van deze regio zijn goed bestudeerde voorbeelden van adaptieve radiaties en explosieve soortvorming in vertebraten. Het Kivu- en Edwardmeer vormen het centrum van de oorsprong van de diversiteit van de haplochromine cichliden, die meer dan 700 soorten omvat in de regio van het Victoria-, Kivu-, Edward- en Albertmeer. Daarnaast werd er in een recente studie aangetoond dat deze regio ook de oorsprong vormt van de wijdverspreide meerval Clarias gariepinus die voorkomt in rivieren en een complexe evolutionaire geschiedenis heeft. Bovendien werden er in dezelfde regio ook complexe patronen van geografische distributies en hoge cryptische diversiteit gevonden voor Enteromius, een genus van kleine diploïde Afrikaanse barbelen die voornamelijk in rivieren voorkomen. Deze regio is dus interessant om de patronen van de evolutionaire geschiedenis vanuit een andere hoek te bekijken door niet-cichliden in rivieren te bestuderen. Recent werd een project gestart op de ichtyofauna van de regio van het Kivu-, Edward- en Albertmeer (KEA). In het kader van dit project zullen we een regiowijde COI scan uitvoeren op de niet-cichliden van de KEA regio met extra nucleaire merkers om signalen van onvolledige lijnsortering en/of hybridisatie te detecteren (hybridisatie is belangrijk geweest voor de radiatie van haplochromines). Op basis van deze genetische analyses en extra morfologische analyses zal een revisie van het genus Enteromius uitgevoerd worden. Door gebruik te maken van deze integratieve methode zal er een vollediger inzicht verkregen worden in de diversiteit van Enteromius. In eerste instantie zullen we focussen op de soorten van Enteromius uit het Edwardmeersysteem, omdat dit systeem intensief is gesampled en de diversiteit ervan intensief is geïnventariseerd. In het verleden zijn er zes soorten van Enteromius gerapporteerd voor het Edwardmeersysteem, twee met een zachte dorsale stekel en vier met een geserratuleerde dorsale stekel. Een revisie van deze soorten is nodig omdat er in recente studies taxonomische problemen werden gevonden. Het resultaat van deze revisie zal verder uitgebreid worden naar de hele KEA regio. Ook whole genome sequencing zal gebruikt worden om te zoeken naar gebieden van divergentie die gebruikt kunnen worden om evolutionaire paden in het genus af te leiden en zo de biogeografische patronen en soortvorming te ontrafelen. In een laatste deel zullen we de morfologische en genetische variatie, de biogeografische modellen en evolutionaire geschiedenis van Enteromius contrasteren met die van Clarias gariepinus. Door de resultaten van Enteromius, vele kleine soorten die vaak endemisch zijn in een bepaalde rivier, te combineren met die van C. gariepinus, één grote soort die wijdverspreid voorkomt in Afrika, zullen we inzichten krijgen in de voorwaarden voor soortvorming van riviersoorten.

Datum:17 feb 2021 →  Heden
Trefwoorden:Biodiversity, Biogeography, Evolutionary history, Great African Lakes, Enteromius
Disciplines:Systematiek en taxonomie van dieren, Biologie van gewervelden, Fylogenie en vergelijkende analyse, Biogeografie en fylogeografie, Speciatie, Populatie, ecologische en evolutionaire genetica
Project type:PhD project