< Terug naar vorige pagina

Project

De relatie tussen positieve en negatieve gevoelens in depressie

Hoe positieve en negatieve gevoelens zich tot elkaar verhouden in onze alledaagse emotionele ervaring is een vraag die emotie-wetenschappers al eeuwen bezighoudt. Kunnen we positieve emoties (PE) onafhankelijk van negatieve emoties (NE) ervaren (i.e., affectieve onafhankelijkheid), of sluiten deze emotionele toestanden elkaar uit doordat ze zich op één enkel bipolair continuüm bevinden (i.e., affectieve bipolariteit). Het overkoepelende uitgangspunt van deze thesis is dat de relatie tussen PE en NE niet universeel is, noch stationair. De affect relatie kan met andere woorden zowel verschillen tussen mensen, alsook veranderen binnen één persoon. Vanuit een tussen-persoonsperspectief stellen we dat de PE-NE relatie van mensen informatief is voor hun psychologisch welzijn, waarbij sterkere affectieve bipolariteit duidt op slechter psychologische welzijn. Vanuit een binnen-persoonsperspectief stellen we dat tijdelijke verschuivingen naar sterkere affectieve bipolariteit plaatsvinden wanneer we gebeurtenissen meemaken die persoonlijk relevante belangen activeren. Zo poogt dit doctoraat het aanhoudende debat over de vraag hoe PE en NE zich tot elkaar verhouden te nuanceren, maar ook te begrijpen wanneer we veranderingen in de affect relatie als (mal)adaptief kunnen beschouwen.

      In Hoofdstuk 1 focussen we op tussen-persoonsverschillen in de sterkte van de affect relatie. Na een kort overzicht van de verschillende perspectieven op de PE-NE relatie in een normale emotionele ervaring, bespreken we belangrijke emotie-theorieën die veranderingen in de affect relatie linken aan psychologisch welzijn. Specifiek stellen we dat een gevoelsleven dat gekarakteriseerd wordt door affectieve bipolariteit vooral tekenend is voor mensen die depressieve symptomen ervaren, een symptoomsoort die typisch een verminderde ervaring van positieve gevoelens met zich meebrengt, gecombineerd met een verhoogde ervaring van negatieve emoties. We vinden evidentie voor deze hypothese in drie experience sampling (ESM) studies, zowel concurrent (Studie 1) als prospectief (Studie 2), alsook met verschillende conceptuele operationaliseringen voor PE en NE (Studie 3). Over studies heen tonen we aan dat affectieve bipolariteit vooral samenhangt met depressieve symptomatologie en niet zozeer met angstsymptomen.

      In Hoofdstuk 2 houden we een tussen-persoonsperspectief aan en trachten we een beter inzicht te krijgen in manier waarop depressieve symptomen en affectieve bipolariteit met elkaar gelinkt zijn. Specifiek onderzoeken we de rol van twee potentieel mediërende mechanismen: emotie-regulatie capaciteit en trek-ruminatie. We tonen aan dat de slechte bekwaamheid van depressieve individuen om negatieve emoties te reguleren in het algemeen, maar niet de neiging om te piekeren specifiek, de relatie tussen hun symptomen en affectieve bipolariteit medieert. Zo leggen we een eerste proces bloot dat de ervaring van depressieve symptomen linkt met een minder complex en flexibel emotioneel leven.

      In Hoofdstuk 3 blijven we verschillen tussen mensen bekijken en vergelijken we de predictieve waarde van affectieve bipolariteit in de voorspelling van psychologisch welzijn met die van andere affect dynamische maten. Ondanks het feit dat affectieve bipolariteit inderdaad een uniek aspect van iemands emotionele leefwereld belicht, en dus weinig overlapt met andere vormen van affect dynamiek, stellen we vast dat wanneer we eenvoudige persoonsverschillen in gemiddelde emotionele intensiteit in rekening brengen, de predictieve capaciteit van de PE-NE relatie drastisch vermindert in de predictie van mensen hun depressie en borderline symptomen, alsook hun levenstevredenheid. Onze resultaten illustreren dat gemiddelde niveaus van PE en NE de voornaamste indicatoren vormen om iemands welzijn te beschrijven, en nuanceren de toegevoegde waarde van complexere affectieve maten (zoals affectieve bipolariteit).

      In Hoofdstuk 4 focussen we op binnen-persoonsveranderingen in de affect relatie. Vertrekkend van twee invloedrijke emotie-theorieën, stellen we dat mensen hun PE-NE relatie zal verschuiven van onafhankelijkheid naar bipolariteit wanneer ze gebeurtenissen meemaken die hen persoonlijk erg aanbelangen. Deze claim wordt ondersteund in een ESM studie waarin we de positieve en negatieve emotionele trajecten van een grote groep Belgische eerstejaarsstudenten in kaart brengen rond de periode waarin ze hun resultaten raadplegen, een gebeurtenis met grote emotionele gevolgen. We suggereren dat flexibele veranderingen in de affect relatie mogelijks fungeren als een emotioneel kompas door persoonlijk relevante informatie te signaleren, wat ons aanstuurt om op gepaste wijze met deze info om te gaan.

      Tot slot, in Hoofdstuk 5, nemen we een sociale focus op de relatie tussen positieve en negatieve gevoelens aan. We veronderstellen dat de maatschappelijke druk om positieve emoties na te gaan mensen ook de boodschap kan geven dat negatieve emoties abnormaal en ongewenst zijn. Het afkeuren van negatief affect legt mogelijks een pijnlijke discrepantie bloot tussen een depressief persoon zijn echte gevoelens en wat de emoties die de maatschappij vooropstelt, wat kan leiden tot een versterking van de depressieve symptomen. We vinden evidentie voor dit idee in een online dagboekstudie, waarin we tonen dat de sociale druk om niet angstig of depressief te zijn een toename in mensen hun depressieve symptomen voorspelt, maar niet omgekeerd. 

Datum:1 okt 2015  →  27 sep 2019
Trefwoorden:Emotions, Depression, Borderline, Psychological Well-being, Positive & Negative affect
Disciplines:Toegepaste psychologie
Project type:PhD project